Welke invloed hebben schimmels op mij?

  • FAQ type
    Causofactoren
  • FAQ type
    Causofactoren

    Sommige schimmels veroorzaken ziekte bij gezonde personen. De meeste schimmels zijn echter opportunistische ziekteverwekkers. Dit wil zeggen dat deze schimmels alleen een lichaam met een verzwakte natuurlijke afweer binnenvallen. Een schimmelinfectie houdt dus vaak direct verband met onderliggende ziekten en met de behandeling ervan. Moderne agressieve behandelingen brengen het immuunsysteem vaak naar omlaag, waardoor zelfs schimmels met een lage virulentie het lichaam kunnen binnendringen. Infecties kunnen mild en slechts oppervlakkig zijn of een levensbedreigende, systemische ziekte veroorzaken [1,2].

    Pathofysiologie

    Op basis van de pathofysiologie kunnen schimmels en gisten onderverdeeld worden in twee groepen: endemische schimmels en opportunistische schimmels.

    Endemische schimmels

    Slechts enkele van de ziekteverwekkende schimmels zijn voldoende virulent om een ​​gezonde gastheer te infecteren. Deze noemt men ook wel endemische schimmels. Enkele voorbeelden van endemische schimmels zijn Blastomyces dermatitidis en Histoplasma capsulatum [1].

    Opportunistische schimmels

    Sommige schimmels leven in ons lichaam zonder kwaad te doen. Men noemt zulke schimmels ook wel commensale schimmels. De meeste zijn dus onschadelijk, tenzij ze een patiënt tegenkomen met een verzwakt afweersysteem. Onder normale omstandigheden vormt het oppervlak (epitheel) van het maagdarmkanaal een barriere voor de buitenwereld. Wanneer deze laag intact is, kan het voorkomen dat er micro-organismen de bloedbaan binnendringen. Ook de beschermende slijmlaag van de luchtwegen voorkomt indringen van schimmelcellen en sporen door inademing. Wanneer het immuunsysteem ondermijnd is door ziekte, medicatiegebruik of wanneer de slijmlagen niet meer intact zijn, kunnen de schimmels het lichaam wel binnendringen en ziekte veroorzaken. Daarom worden dit soort schimmelinfecties gerangschikt onder de typisch invasieve opportunistische infecties [1]. Voorbeelden van invasieve opportunistische schimmels zijn candida en aspergillus [1].

    Symptomen van een schimmelinfectie

    De klinische manifestaties kunnen zeer variabel zijn. Ze hangen af van de immuniteit en en fysiologische toestand van de patient, alsook van de virulentie van de schimmel.

    • Blastomyces dermatitidis: veroorzaakt ulcers in de huid en urogenitale delen [1]
    • Histoplasma capsulatum: veroorzaakt ulcers en slijmvorming in de longen, hepatosplenomegalie (vergroting van lever en milt) [1]
    • Candida: koorts, koude rillingen, spierpijn, gewrichtspijn, huidletsels, vaginale infecties en systemische infecties (nier-, leverabces, centrale zenuwstelsel en zenuwstelsel), depressie, chronisch vermoeidheidssyndroom, verlangen naar suiker, opgeblazen gevoel, vermoeidheid, hoofdpijn, prikkelbare darmsyndroom, alcoholintolerantie, spruw,
    • PMS [1,2,3,4,5,6].
    • Aspergillus: koorts, pijn op de borst, longinfecties, sinusitis, asthma, cystische fibrosis, wondinfecties, ernstige systemische ziekte met sooms de dood als gevolg [1].
    • Cryptococcus neoformans: ernstige vorm van meningitis en meningo-encefalitis bij patiënten met aids. Verspreide cryptokokkeninfectie kan klinische manifestaties veroorzaken in de huid, oculair, zacht weefsel of botten en gewrichten

    De toxische bijproducten van schimmels veroorzaken kunnen ook psychologische symptomen veroorzaken zoals

    • drang naar suiker en koolhydraatrijke voeding zoals brood, pasta, rijst,...
    • 'brainfog' - verwarring, niet goed kunnen concentreren
    •  angsten
    • futloosheid
    • 'lastig gedrag'
    • moodswings
    • kinderen: aanhankelijk worden, 'lastig gedrag' (willen bv. niet naar bed gaan, luisteren niet zoals voorheen, sommigen worden echt onhandelbaar), apathie, huidhonger, negatieve gevoelens tot depressieve gedachten (zeker op een leeftijd van 9-12 jaar en meer bij jongens)

    Ziektebevorderende factoren

    Een schimmelinfectie wordt bevorderd door [1,2]:

    • een verminderd immuunsysteem (door ziekte of gebruik van medicatie die het immuunsysteem onderdrukt)
    • slechte hygiene
    • een verminderde staat van de beschermende slijmlagen in de luchtwegen en darmen
    • gebruik van antibiotica
    • oudere leeftijd
    • genetische voorbestemdheid
    • recente operaties (vnl maag- darmstelsel)
    • neonatale complicaties
    • beenmergtransplantatie
    • langdurig gebruik van cortisone (langer dan 4 maanden)
    • chemotherapie
    • slechte voeding, vnl inname van snelle suikers
    • verlengd gebruik in het ziekenhuis

    Diagnose

    De vaststelling van een schimmelinfectie is meestal gebaseerd op de symptomen van de patiënt, waardoor de diagnose dus nog vaak gemist wordt. Er kan een staalname gebeuren of een huidstest. Ook kan er een cultuur gekweekt worden van bloed, weefsel en hersenvloeistof. Het is echter zo dat een negatief resultaat van deze onderzoeken niet kan uitsluiten of er werkelijk een schimmelinfectie is. In sommige gevallen kan een CT-scan of radiografie helpen om de diagnose te stellen [2].

    Behandeling

    Schimmelinfectie is moeilijk te behandelen omdat anti-fungale therapie nog steeds controversieel is. Er zijn slechts een paar anti-schimmelmiddelen beschikbaar, meestal hebben ze bijwerkingen en sommige organismen hebben resistentie ontwikkeld. Het tijdig starten van een anti-schimmelbehandeling is zeer belangrijk om complicaties te voorkomen. Het is echter zo dat een diagnose vaak te lang uitblijft, waardoor complicaties vaak optreden. Wanneer de infectie verspreidt is in het lichaam, moet systemische medicatie genomen worden. Indien het lokaal blijft, kan een lokaal product zoals een zalf gebruikt worden. In sommige gevallen is immunotherapie ook aan te bevelen [2].

    Bronnen

    [1] De Pauw B. E. (2011). What are fungal infections?. Mediterranean journal of hematology and infectious diseases, 3(1), e2011001. doi:10.4084/MJHID.2011.001

    [2] Badiee, P., & Hashemizadeh, Z. (2014). Opportunistic invasive fungal infections: diagnosis & clinical management. The Indian journal of medical research, 139(2), 195–204.

    [3] Donna E. Stewart (1990) Emotional Disorders Misdiagnosed as Physical Illness: Environmental Hypersensitivity, Candidiasis Hypersensitivity, and Chronic Fatigue Syndrome, International Journal of Mental Health, 19:3, 56-68, DOI: 10.1080/00207411.1990.11449173

    [4] R.E. Cater (2014) Chronic intestinal candidiasis as a possible etiological factor in the chronic fatigue syndrome, Medical Hypotheses, 44: 6, 507-515, ISSN 0306-9877, https://doi.org/10.1016/0306-9877(95)90515-4.

    [5] Sabina, J., & Brown, V. (2009). Glucose sensing network in Candida albicans: a sweet spot for fungal morphogenesis. Eukaryotic cell, 8(9), 1314–1320. doi:10.1128/EC.00138-09

    [6] Santelmann H. Howard JM (2005) Yeast metabolic products, yeast antigens and yeasts as possible triggers for irritable bowel syndrome. European Journal of Gastroenterology & Hepatology 17:1,21-26

    [7] Moshfeghy, Z., Tahari, S., Janghorban, R., Najib, F. S., Mani, A., & Sayadi, M. (2020). Association of sexual function and psychological symptoms including depression, anxiety and stress in women with recurrent vulvovaginal candidiasis. Journal of the Turkish German Gynecological Association21(2), 90–96. https://doi.org/10.4274/jtgga.galenos.2019.2019.0077

    [8] Edwards DA. Depression and Candida. JAMA. 1985;253(23):3400. doi:10.1001/jama.1985.03350470052017