Welke invloed hebben parasieten op mij?

  • FAQ type
    Causofactoren
  • FAQ type
    Causofactoren

    Parasitaire infecties variëren van asymptomatisch tot levensbedreigend. De ernst van de infectie is afhankelijk van de soort parasiet, de weerstand van de gastheer en de behandelmogelijkheden.

    Bij veel parasieten vertoont de gastheer geen (klinische) symptomen. In andere gevallen kan een gastheer vage klachten ervaren of zelfs ernstig ziek zijn, waarvoor vaak geen oorzaak kan gevonden worden. Dit komt omdat de symptomen bij een worminfectie een weinig specifiek klinisch beeld geeft; waardoor vaak niet gedacht wordt aan een parasitaire infectie. Indien het toch vermoed wordt, is een gerichte diagnostiek op een specifieke worm bovendien moeilijk.

    Parasitaire belasting zonder klachten

    Wanneer de gastheer geen klachten ondervindt van een parasitaire infectie, noemt men de gastheer een ‘drager’. Vaak weet men niet dat men met een parasiet geïnfecteerd is, de parasiet wordt dan vaak toevallig ontdekt.

    Het kan ook zijn dat deze 'gezonde' mensen geen symptomen ondervinden, terwijl dezelfde parasiet wel klachten geeft bij mensen waarvan het immuunsysteem ernstig verzwakt is (door ziekte of behandelingen zoals straling of corticosteroïde) of bij ouderdom.

    In sommige gevallen kan het ook zijn dat de gastheer geen (aantoonbaar) nadeel van een parasiet ondervindt. Men noemt deze parasiet dan een “commensaal organisme”. Veel voorbeelden van commensalisme zijn bekend onder de parasieten van de mens; het duidelijkst bij parasieten die in de darmen leven (b.v. de amoebe Entamoeba coli).

    Klachten bij parasitaire infectie

    Bij een parasitaire belasting ontwikkelt de gastheer niet meteen klachten. Men noemt dit de prepatente periode. De prepatente periode van een infectie is de tijd dat een parasiet aanwezig is in de gastheer, voordat een bewijs van de aanwezigheid van de parasiet gegeven kan worden. Dit is bijvoorbeeld de periode tussen het infectiemoment en het tijdstip dat de eieren in de ontlasting verschijnen of dat parasieten in het bloed worden gevonden.

    Klachten bij een parasitaire belastingen zullen verschillend zijn bij elke persoon. Er bestaat een grote mogelijkheid van klachten, maar niet elk symptoom zich zal uiten. Het klachtenbeeld is sterk afhankelijk van

    • de soort parasiet
    • het aantal wormen (“worm burden”) aanwezig in de gastheer en hun volume
    • de plaats van innesteling (longen, darmstelsel, bloed,…)
    • immuniteit van de gastheer

    Parasieten in je lichaam creëren giftige stoffen via hun uitwerpselen, hun urine (dit zijn voor 100% chemicaliën) en hun dode lichamen. Deze toxines kunnen overal in het lichaam vele gezondheidsproblemen veroorzaken. Ons lichaam probeert om deze giftige stoffen te verwijderen door middel van hoofdzakelijk de zuiverende organen - de lever, de luchtwegen, de huid en de darmen. Het lichaam verliest hierdoor veel energie. Bovendien gaan er ook nog eens extra voedingsstoffen naar de parasieten. Hierdoor wordt het lichaam verzwakt en ondervindt het meer en meer gezondheidsproblemen.

    De meest voorkomende symptomen/klachten

    • Algemeen [1]:
      • Jeuk: aan de voetzoelen — soms in combinatie met uitslag, de neus en de anus (vooral ’s avonds en/of ’s nachts en bij opstaan)
      • Koortsigheid
      • Zwakte en moeheid
      • Duizeligheid
      • Nachtelijk zweten
    • Centrale zenuwstelsel [1]:
      • Stemmingswisselingen
      • Zenuwachtigheid
      • Depressie
      • Vergeetachtigheid
      • Onduidelijke denken
      • Rusteloosheid
      • Angst
      • Trage reflexen
      • Chronisch vermoeidheidssyndroom
      • Lage energie
      • Lethargie
      • Overmatige zwakte
      • Rusteloze en moeilijke slaap
      • Geheugenstoornissen
      • Hoofdpijn
    • Ademhalingsstelsel [1]:
      • Piepende ademhaling
      • Kortademigheid
      • Hoesten, gevolgd door braakneiging tot overgeven
      • Ophoesten van sputum (soms bloedend)
    • Maag- darmstelsel [1]:
      • Maagpijn
      • Chronische diaree
      • Chronische diaree alternerend met constipatie
      • Slijmerige ontlasting
      • Intestinale krampen
      • Veranderingen in eetlust
      • Overgeven
      • Slecht ruikende winderigheid
      • Indigestie
      • Opgeblazen gevoel
      • Voedingsallergieën
      • Galobstructie
      • Rectale prolaps
      • Gevoelige en/of pijnlijke ingewanden
      • Gewichtsverlies (maar niet noodzakelijk)
      • Mechanische obstructie
    • Spieren en gewrichten [1]:
      • Spierpijn
      • Gewrichtspijnen
    • Ogen [1]:
      • Blindheid
      • Conjunctivitis
      • Zwelling thv het aangezicht vooral rond de ogen
    • Huid en haar [1]:
      • huiduitslag
      • droge huid
      • eczeem
      • huidzweren
      • papulaire laesies
      • droog en broos
      • haaruitval
      • sensaties van iets “kruipend” onder de huid
    • Baby en kind [1]:
      • Infectie tijdens zwangerschap (bv. schistosomiasis): neonatale prematuriteit, laag geboortegewicht, verhoogde kans op mortaliteit
      • Groeistoornissen
      • Mentale achterstand
    • Urinair stelsel [1]:
      • Schade aan de nieren
      • Urineweginfecties
    • Bloed en lymfe [1]:
      • Veranderd bloedbeeld: anemie met ijzertekort, stijging van het aantal, gestegen IgG, gestegen aantal eosinofielen in het bloed
      • Vochtretentie
      • Schade aan het lymfestelsel
      • Elefantiasis

    Infecties met protozoa

    Protozoaire ziekten variëren van zeer mild tot levensbedreigend. Vanwege hun microscopische afmetingen, kunnen zij zich ingraven in de spieren, botten, gewrichten, kortom, in alle weefselmatige structuren. Sommigen van hen kunnen zich voeden met calcium uit de botten of zelfs met de proteïnecoating van zenuwen, waardoor de zenuwimpulsen naar de hersenen kunnen worden verstoord. Sommige protozoa die in de dunne darm leven (zoals Giardia en Cryptosporidium), kunnen de spijsvertering en absorptie van de gastheer aanzienlijk verstoren. Hierdoor kan de gastheer ondervoed geraken. Dit komt niet doordat de protozoa zulke grote hoeveelheden van de voeding van de gastheer opeten. Wel kunnen ze darmwand ernstig beschadigen. Een infectie kan leiden tot orgaandysfunctie met ernstige of levensbedreigende gevolgen. Protozoaire infecties die gezonde personen niet of weinig ziek maken, kunnen toch levensbedreigend zijn bij patiënten met een verlaagde immuniteit, met name patiënten met verworven immunodeficiëntiesyndroom (aids) [5].

    Infecties met wormen

    Hoewel de meeste helminthische infecties mild zijn en vaak asymptomatisch zijn, worden matige tot zware worminfecties in het algemeen geassocieerd met groeiachterstand, ondervoeding, bloedarmoede en leerachterstand. Migratie van larven of volwassen wormen zorgt voor long- en gastro-intestinale klachten. De meeste worminfecties leiden, als ze niet worden behandeld, tot meerjarige, chronische ontstekingsaandoeningen. De meest voorkomende en ernstige infecties zijn Schistosoma, Lymfatische Filariasis en STH (Soil Transmitted Helminths) [1].

    Diagnose

    Bij een vermoeden van parasitaire belasting, zijn er verschillende testen mogelijk [3]:

    • Stoelgang onderzoek: de stoelgang wordt onderzocht naar de aanwezigheid van parasieten en hun eieren. De stoelgang wordt macroscopisch, microscopisch en via laboratorium testen onderzocht. Hoewel deze test vandaag de dag de gouden standaard is, zijn er heel wat beperkingen [3].
      • Gezien de levenscyclus van de parasieten, zijn parasieten niet steeds in de stoelgang terug te vinden. Daarom heeft men minstens 3 stalen verspreid over 10 dagen nodig voor een voldoende betrouwbare test [3].
      • Medische testprocedures vinden slechts ongeveer 20% van de aanwezigheid van parasieten. Er kunnen meer dan 1000 soorten parasieten in je lichaam leven, er zijn testen beschikbaar voor ongeveer 40 tot 50 soorten.
      • Het vereist veel deskundigheid om de stoelgangstalen correct te onderzoeken met de microscoop. Er zijn immers vele verschillende vormen van de parasiet (ei, larve, cyste, volwassen parasiet), die de onderzoeker allemaal dient te herkennen en te onderscheiden van ander materiaal [3].
      • Er moeten verse stoelgangstalen gebruikt worden, omdat de sommige eencellige parasieten snel afsterven buiten het lichaam [3]. In de pratijk wordt echter zelden een vers staal gebruikt.
      • Niet elk laboratorium bezit gekwalificeerd en ervaren personeel om een juiste diagnose te stellen [3].
    • Bloedonderzoek
    • Endoscopie
    • Medische beeldvorming zoals RX, MRI of een CATscan

    Geschat wordt dat men kan testen voor ongeveer 5% van de parasieten en de ontbrekende 80% kan missen. Dit brengt de mogelijkheid om klinisch parasieten in het licht te kunnen stellen tot 1%.

    Behandeling

    Hygiëne is de allerbelangrijkste maatregel bij de behandeling en preventie van worminfecties.
    Bovendien wordt aangeraden om geen rauw of niet goed doorbakken (rund)vlees te eten en groente en fruit goed af te spoelen. Eens er een parasitaire belasting is vastgesteld kan men hiervoor bepaalde medicatie nemen, maar deze is niet altijd effectief. De opname van de anti-worm medicatie in het lichaam is bovendien heel laag. Er werden geen systematic reviews en randomized controlled trials gevonden waarbij bij de bovengenoemde worminfecties verschillende medicamenten met elkaar vergeleken zijn [4].

    Bronnen

    1. Hotez, P. J., Brindley, P. J., Bethony, J. M., King, C. H., Pearce, E. J., & Jacobson, J. (2008). Helminth infections: the great neglected tropical diseases. The Journal of clinical investigation, 118(4), 1311–1321. doi:10.1172/JCI34261
    2. H Marti, J C Koella (1993) Multiple stool examinations for ova and parasites and rate of false-negative results. Journal of Clinical Microbiology 31 (11) 3044-3045
    3. Lynne S. Garcia, Michael Arrowood, Evelyne Kokoskin, Graeme P. Paltridge, Dylan R. Pillai, Gary W.Procop, Norbert Ryan, Robyn Y. Shimizu, Govinda Visvesvara (2017) Laboratory Diagnosis of Parasites from the Gastrointestinal Tract. Clinical Microbiology Reviews 31 (1) e00025-17; DOI: 10.1128/CMR.00025-17
    4. Worminfecties, farmacotherapeutische richtlijn (2004) Th.J.M. Verheij en M. Doeksen
    5. Yaeger RG. Protozoa: Structure, Classification, Growth, and Development. In: Baron S, editor. Medical Microbiology. 4th edition. Galveston (TX): University of Texas Medical Branch at Galveston; 1996. Chapter 77.