-
FAQ typeCausofactoren
-
FAQ typeCausofactoren
Parasieten behoren tot het dierenrijk. Ze komen voor als wormen, eencelligen of geleedpotigen. Om te overleven en te vermenigvuldigen, hebben ze steeds een gastheer nodig. Deze gastheer kan schade ondervinden en ziek worden van de parasiet en zijn bijproducten.
In brede zin, wordt een parasitaire relatie gedefinieerd als volgt: “een relatie waarbij één organisme (de parasiet) leeft op of in een andere (gastheer) en deze gastheer kan schaden”. Parasieten leven dus een parallel leven in ons lichaam, leven van onze energie, voeden zich met onze eigen cellen of met het voedsel dat we eten. Ze voeden zich zelfs met de supplementen die we gebruiken! Via hun gastheren ontwikkelen parasieten zich via een specifieke levenscyclus. Deze omvat stadia van eieren, larven (juvenielen), cysten en volwassenen [2]. Parasieten zijn eukaryote organismen, wat wil zeggen dat ze een celstructuur bevatten. Dat maakt hen anders dan bacteriën en virussen, welke als prokaryoten geen duidelijke celstructuur bevatten. Er bestaan verschillende soorten parasieten. Er bestaan 3 grote groepen: eencellige parasieten, wormen en geleedpotigen [1].
Parasitaire infecties komen vaker voor dan je denkt. Ze komen niet alleen in tropische gebieden voor, zoals malaria. Ook in niet-tropische gebieden komen parasitaire ziekten vaak voor. De meest voorkomende zijn: trichomoniasis, giardiasis, cryptosporidiose, amoebiasis en toxoplasmose [3]. In recente medische studies is geschat dat 85% van de westerse bevolking met ten minste één vorm van een parasiet in het lichaam leeft. Sommige autoriteiten leggen dit cijfer zelfs zo hoog als 95%.
Soorten parasieten
Eencellige parasieten of protozoa
Protozoa (van het Griekse: protos = eerste, zoo-on = dier; "oerdiertjes") zijn ééncellige, eukaryotische micro-organismen. Ze zijn dus microscopisch klein en zijn met het blote oog niet te zien. Bijna iedereen is gedurende hun leven besmet geweest met één of meerdere soorten. Er zijn meer dan 50 000 verschillende soorten protozoa beschreven. Enkele bekendere soorten zijn Leishmania, Toxoplasma, Tryponosoma en Giardia [1].
Kenmerken van protozoa
Hoewel ze maar uit een enkele cel bestaan, is hun celstructuur redelijk uitgebreid en lijkt hun fysiologie op dat van een meercellig dier. Zo hebben ze een celkern, een eigen bloedsomloop en complexe celstructuren zoals mitochondriën, microtubuli, een golgi apparaat enzovoort. Sommige soorten kunnen zich voort bewegen met behulp van kleine trilhaartjes (cilia), zweepjes (flagellen) of pseudovoetjes (pseudopodia). Andere soorten hebben geen externe hulpmiddelen om te bewegen. Deze hebben wel holtes in hun cel, die zich afwisselend vullen en ledigen met vocht. Door de wisselende druk die ontstaat kunnen ze zich voortbewegen. Vaak hebben ze ook haken, waarmee ze zich kunnen vastzetten. Er zijn 5 vormen eencellige darmparasieten:
- De amoebe die van vorm kan veranderen Bv. Entamoeba histolytica
- Een cel met trilhaartjes Bv. Balantidium coli
- Een cel met zweepdraden, flagellaat Bv. Giardia lamblia
- Gistachtige parasieten Bv. Blastocystis hominis
- Sporenvormers die de cel binnendringen Bv. Cryptosporidium, Cystoisospora spp
Vrijwel alle mensen hebben ooit protozoa in of op hun lichaam gehad. Protozoa hebben voedsel nodig om te overleven. Ze gebruiken organisch, fijngemaald of druppelvormig materiaal, dat ze via een mond of inkapseling opnemen. Dit voedsel verkrijgen ze via de gastheer. Ze verteren het voedsel en werpen de afvalstoffen terug uit via hun urine of uitwerpselen. Deze afvalstoffen kunnen schade aanbrengen aan de gastheer [1].
Levenscyclus van protozoa
Protozoa hebben het eeuwige leven, in die zin dat zij zich voortdurend in tweeën kunnen splitsen. Via de uitwerpselen van de gastheer verlaten de dochtercellen de gastheer. Wanneer deze cysten worden opgenomen door een nieuwe gastheer, begint de cyclus opnieuw. Eencellige darmparasieten leven slechts 1 uur buiten het lichaam en sterven dan af. De parasiet kan een heel hard schilletje vormen en zich inkapselen, dit is een cyste. Een cyste kan door zijn beschermende wand een half jaar in leven blijven buiten het lichaam.
Wormen of helminten
De helminten of wormen zijn ongewervelde dieren. Ze leven in een gastheer, in het water of op het land. Er zijn verschillende soorten; de meest voorkomende wereldwijd zijn intestinale nematoden, schistosomen (parasieten van schistosomiasis) en filariale wormen, die lymfatische filariasis (LF) en onchocerciase veroorzaken. Ze komen het meest voor in plattelandsgemeenschappen in warme en vochtige gebieden rond de evenaar en waar sanitaire voorzieningen ontoereikend zijn. In stedelijke gebieden kan echter ook een infectie optreden [3]. Wormen hebben een specifieke levenscyclus: ze ontwikkelen zich via stadia van eieren, larven (juvenielen) en volwassenen. De parasitaire wormen kunnen worden verdeeld in drie groepen, de nematoden (ronde wormen), de cestoden (lintwormen) en de trematoden (zuigwormen). Nematoden-infecties kunnen nog worden ingedeeld naar infecties van het maagdarmkanaal en van de weefsels[2].
Zuigwormen of trematoden
Kenmerken van trematoden
Trematoden, botten of zuigwormen zijn platvormig van lichaam. Ze hebben een grote mondopening en een goed ontwikkeld kopstuk. Hun lengte varieert tussen enkele mm en 1,2 cm. Trematoda komen vooral voor in de longen, lever of in het bloed [2].
Levenscyclus van trematoden
Ze bezitten een complexe levenscyclus die vaak verscheidene gastheren en tussengastheren omvat [2]:
- In de eindgastheer legt een volwassen parasiet eieren. Deze eieren verlaten de eindgastheer met de uitwerpselen. Buiten de gastheer ontwikkelen deze eieren zich tot vrijzwemmende larven (miracidia).
- Nadat deze in een geschikte tussengastheer (vaak waterslakken) zijn binnengedrongen, veranderen ze in sporocysten. Uit deze sporocysten worden 2 nieuwe soorten larven geproduceerd (redia en cercaria).
- De cercaria-larven verlaten de tussengastheer en gaan op zoek naar een nieuwe gastheer (meestal een geleedpotige). In de geleedpotige vormen ze zich om tot een metacercaria-cyste.
- Uiteindelijk wordt deze laatste tussengastheer opgegeten door de eindgastheer. Hier zal de larve zich ontwikkelen tot een volwassen zuigworm en begint de cyclus weer van voor af aan.
Lintwormen of cestoden
Volwassen lintwormen vertoeven in de gastro-intestinale tractus. De twee belangrijkste lintwormen die de mens kunnen infecteren zijn Taenia saginata (gewone lintworm of runderlintworm) en Taenia solium (varkenslintworm) [2].
Kenmerken van cestoden
Cestoden zijn gesegmenteerde wormen. Cestoden vertonen een afgeplat lichaam dat zelfs kan oplopen tot 6 meter lengte! De wormen zijn gesegmenteerd en biseksueel - elk segment bevat zowel mannelijke als vrouwelijke voortplantingsorganen. Ze hebben geen spijsverteringskanaal. Integendeel, ze voeden zich met voorverteerde voedingsstoffen uit hun gastheer met hun mond (scolex), of zuigen zich vast aan de darmwand [2].
Levenscyclus van cestoden
- Hun levenscyclus begint wanneer een ei of larve cyste wordt ingenomen door een gastheer. Ze ankeren zich vast in het slijmvlies van de dunne darm met hun scolex. De worm groeit en ontwikkelt segmenten, die worden uitgescheiden in de stoelgang van de gastheer.
- Een tussengastheer slikt de segmenten in, die vervolgens nieuwe larvale cysten creëren. Deze larven kunnen in bijna eender welk orgaan worden teruggevonden.
- Wanneer de larven uitgroeien tot volwassen lintwormen, zullen deze op hun beurt eieren produceren. Zo begint de cyclus opnieuw.
Cestoden kunnen tot maar liefst 25 jaar leven in een gastheer [2].
Rondwormen of nematoden
De rondwormen zijn biseksuele, cilindervormige wormen. Ze leven voornamelijk in de darm, maar komen in zeldzame gevallen ook in andere weefsels voor. Ze kunnen 2 tot 30 cm lang worden. Sommige nematode infecties blijven onopgemerkt door gebrek aan symptomen, terwijl andere fysisch verwoestend tot mogelijk fataal kunnen zijn.
Kenmerken van nematoden
De term "nematode" komt van "Nema" , het Griekse woord voor "schroefdraad." Inderdaad, dit is hoe nematoden eruit zien. Ze hebben een lange, slanke draadachtige vorm. Nematoden vermenigvuldigen zich seksueel en beschikken over een spijsverteringsstelsel en een bloedsomloop.
Levenscyclus van nematoden
- De levenscyclus van de nematode begint wanneer een gastheer eitjes inneemt. De eitjes huisvesten zich in de dunne darm van de gastheer waar ze uitbroeden.
- Via de portale slagader verplaatsen de uitgekomen larven zich naar de longen. De larven ontwikkelen zich verder in de longen en migreren naar de keel.
- De gastheer slikt de larven vervolgens terug in, waardoor ze terug in de dunne darm terecht komen. Hier ontwikkelen de larven zich tot volwassen wormen. Ze kunnen tot 18 maanden in de gastheer leven. Ze reproduceren erg veel eieren: tot maximaal 25 miljoen!
Geleedpotigen
De geleedpotigen zijn koudbloedige diertjes, met een uitwendig skelet. Er zijn wel tot 10 miljoen verschillende soorten! Ze leven buiten of op de mens. Er zijn vier soorten groepen geleedpotigen:
- 6-potigen: insecten
- 8-potigen: spinachtigen
- 10 of 14-potigen: kreeftachtigen
- 1000-potigen: duizend- en miljoenpoten
- trilobieten: deze zijn intussen uitgestorven
Taxonomie van parasieten
Parasieten kunnen per klasse nog verder ingedeeld worden:
- Eéncellige parasieten (protozoa):
- Sarcomastigoforen (flagellaten of zweepdiertjes en amoeben)
- Apicomplexa (sporediertjes)
- Ciliophora (ciliaten of trilhaardiertjes)
- Wormen (helminten)
- Plathyhelminthes (platwormen)
- Trematoda (botten)
- Cestoda (lintwormen)
- Nematoda (rondwormen)
- Aphasmidia
- Phasmidia
- Plathyhelminthes (platwormen)
- Geleedpotigen:
- Arachnida (spinachtigen zoals mijten, teken)
- Insecta (luizen en vlooien)
Bronnen
[1] Yaeger RG. Protozoa: Structure, Classification, Growth, and Development. In: Baron S, editor. Medical Microbiology. 4th edition. Galveston (TX): University of Texas Medical Branch at Galveston; 1996. Chapter 77.
[2] Castro GA. Helminths: Structure, Classification, Growth, and Development. In: Baron S, editor. Medical Microbiology. 4th edition. Galveston (TX): University of Texas Medical Branch at Galveston; 1996. Chapter 86.
[3] London School of Hygiene & Tropical Medicine. Global Atlas of Helminth Infections.