-
FAQ typeCausofactoren
-
FAQ typeCausofactoren
Een virus kan via verschillende wegen het lichaam binnendringen. Eens het virus een juiste gastheercel vindt zal het zich in de cel kunnen vermenigvuldigen, zich verspreiden in het lichaam en ziekte veroorzaken.
De verspreiding van virussen buiten ons lichaam is afhankelijk van het soort virus. Via verschillende wegen kunnen ze ons lichaam binnen komen [1]:
- de lucht (bv. de vogelgriep, SARS virus)
- speeksel (griep)
- bloed (HIV)
- bepaalde diersoorten zoals insecten (neet, mijten, bladluizen) en muggen
- uitwerpselen
- zaden (plantaardige virussen)
- gecontamineerde objecten
- enz.
Pathogenese van virale infecties
Wanneer het virus het lichaam is binnengedrongen, zal het virus 1) een gastheercel binnendringen 2) zich vermenigvuldigen 3) zich verspreiden in de implantatiezone en 4) zich verspreiden in het lichaam.
Penetratie in de cel en lokale replicatie van het virus
Eens binnengedrongen in het lichaam, gaat het virus op zoek naar een passende gastheercel (implantatiezone). Dit kan hij aan de hand van zijn eiwitmantel. Deze mantel bevat immers specifieke voelsprieten (receptoren), die op zoek gaan naar een andere cel die past op zijn mantel. Het is bijna zoals een sleutel die op zoek gaat naar het juiste sleutelgat. Op deze manier is een virus steeds specifiek voor zijn gastheer: het kan alleen maar overleven in de juiste cel van de juiste gastheer. Heeft het virus de correcte gastheercel gevonden, zal hij binnendringen in deze cel tot in de ribosomen. Dat zijn deeltjes van de cel die stukjes erfelijk materiaal (DNA) opnemen, kopiëren en weer uitspugen. Op die manier wordt niet alleen het stukje menselijk materiaal gekopieerd, maar ook het stukje materiaal van het virus. Als resultaat wordt het virus dus vermenigvuldigd in de gastheercel [2].
Lokale verspreiding in het lichaam
Nadien zal het virus zicah lokaal in de implantatiezone verspreiden [1]. De lokale verspreiding van een virus kan in de cel gebeuren (intracellulair) of tussen de cellen (extracellulair). Intracellulaire verspreiding vindt plaats door fusie van geïnfecteerde cellen met aangrenzende, niet-geïnfecteerde cellen of door middel van bruggetjes tussen cellen. Extracellulaire verspreiding vindt plaats door afgifte van virus in de extracellulaire vloeistoffen en daaropvolgende infectie van de aangrenzende cel. De meeste virussen verspreiden zich extracellulair, maar herpesvirussen, paramyxovirussen en pokkenvirussen kunnen zich zowel via intracellulaire als extra cellulaire routes verspreiden. Verspreiding naar buurcellen in de implantatiezone op een iets grotere afstand kan plaatsvinden door de lichaamsvloeistoffen (bijvoorbeeld lymfevaten) of door diffusie door oppervlaktevloeistoffen zoals de slijmlaag van het ademhalingskanaal. Ook kunnen geïnfecteerde migrerende cellen (zoals lymfocyten en macrofagen) het virus verspreiden.
Verdere verspreiding in het lichaam
Als laatstse stap zal het virus zich vanuit de implantatiezone verspreiden naar zijn doelorganen. Dat kan gebeuren door verspreiding via het bloed (bv. de mazelen) of via zenuwbanen (bv. herpesvirus) [1]. Het virus kan zich vervolgens binnen het doelwitorgaan vermenigvuldigen en verspreiden volgens dezelfde mechanismen als voor lokale verspreiding op implantatiezone. Ziekte treedt op als het virus repliceert in een voldoende aantal essentiële cellen en ze nadien vernietigt.
Incubatietijd: je wordt niet meteen ziek
Tijdens de meeste virusinfecties treden er geen tekenen of symptomen op van de ziekte in het stadium van virusverspreiding. De incubatieperiode (de tijd tussen blootstelling aan het virus en het begin van de ziekte) loopt dus van het moment van implantatie tot de fase van verspreiding in het lichaam. Het eindigt wanneer virusreplicatie in de doelorganen ziekte veroorzaakt. Wanneer het virus geen grote afstanden moet afleggen van de implantatiezone naar het doelorgaan (zoals het rhinovirus, dat via de lucht wordt verspreid en de bovenste luchtwegen infecteert), bedraagt de incubatietijd gemiddeld een 1-3 dagen [1].
Bepaling van de virulentiegraad
Factoren die van invloed zijn op pathogene mechanismen zijn (1) toegankelijkheid van het virus tegen weefsel, (2) gevoeligheid van cellen voor virusvermenigvuldiging en (3) gevoeligheid van het virus voor gastheerafweer. Natuurlijke selectie bevordert de dominantie van stammen met een laag virulentievirus [1].
Bronnen
[1] Baron S, Fons M, Albrecht T. Viral Pathogenesis. In: Baron S, editor. Medical Microbiology. 4th edition. Galveston (TX): University of Texas Medical Branch at Galveston; 1996. Chapter 45.
[2] Weitzman MD, Fradet-Turcotte (2018) A Virus DNA Replication and the Host DNA Damage Response